Waar komen we als GroenLinks en als PRO vandaan? Wat is er de afgelopen decennia gebeurd in Nederland en Europa? Hoe hangt dat verleden samen met een (echt?!) gedeelde toekomstvisie? Is die groen? Moet je Europa dan als een supermacht willen zien, en hoe realistisch is dat beeld? Twee boeken geven een kijkje achter politieke schermen.
Robert Scholma
Lara de Brito en Sara Madou schreven ‘Een portret van GroenLinks. Persoonlijke verhalen uit de partij’. Een historisch document, actueel en relevant, ook voor de toekomst van PRO. Want al zijn GroenLinks en PvdA nu één partij, een fusiepartij zal het nooit eenvoudig krijgen. Dat blijkt al wel uit de vraag bij welke fractie of fracties de Europese delegatie zich in 2027 moet gaan aansluiten.
De Brito en Madou schreven een uiterst boeiende biografie van een linkse partij met een groen hart, die haar idealisme wist te verenigen met effectief bestuur. Want al regeerde GroenLinks landelijk nooit mee (wel de PPR, een van haar voorlopers), op lokaal niveau is dat wel anders. En op Europees niveau is de invloed niet onbelangrijk (geweest), bijvoorbeeld op het thema klimaat. GroenLinks-fractievoorzitter Jesse Klaver en zijn PvdA-collega Diederik Samsom zorgden in 2014 voor de Nederlandse Klimaatwet.
Het boek is eerlijk en zeer goed geschreven. Ik heb het met grote belangstelling en met veel plezier gelezen. Het schetst een portret van de partij via de zeer persoonlijke verhalen van tientallen hoofdrolspelers, ingebed in de eigen sociale context. Van begin jaren zeventig tot nu toe. Mooie tijdsbeelden: van idealen en uitgangspunten (‘politiek moet duidelijk zijn, helder, doorwrocht’) tot vrolijk links – en dat was geen tegenstelling. Van een waarschuwing op het oprichtingscongres (‘GroenLinks moet niet te liberaal worden en niet als D66 klinken’) en scherpe identiteit (‘democratie, respect voor natuur en milieu, sociale rechtvaardigheid en internationale solidariteit zijn de leidende thema’s’). Van kwaliteitsoppositie en ideeënpartij tot ‘klaar voor de macht’.
Mooie en lastige thema’s
Midden in een electorale storm, na Nine Eleven en de moord op Pim Fortuyn, was het Femke Halsema die libertaire vrijzinnigheid inzette als tegengif voor het heersende gevoel van angst. Het rommelde rond en in de partij, onder andere door de groep Kritisch Groen Links. Vrijheid eerlijk delen, emancipatie als drager van de economie en het arbeidsmarktbeleid – het waren mooie en soms heel lastige thema’s. Een vrijzinnige sociaaleconomische koers: niet iedereen was daar enthousiast over. Maar de partij bleef bij elkaar.
.
Tussen 1990 en 2000 is de basis gelegd voor klimaatpolitiek. Economie als ordeningsvraagstuk, verdelingsvraagstuk, geen moralistisch geheven vingertje. In 2012 kwam een nieuw links verhaal, ‘Kiezen om te delen’, na opnieuw een interne crisis. En Jesse Klaver bouwde aan een brede beweging.
En vergeet de idealen op plaatselijk niveau niet. Daar werd GroenLinks meer dan eens de grootste politieke partij, waaronder in Tilburg, dankzij Esmah Lahlah, in 2021 gekozen tot beste lokale bestuurder. Lot van Hooijdonk zette in Utrecht de deliberatieve (publieke) democratie succesvol in. Het zijn maar twee voorbeelden. In veel plaatsen, waaronder bijna alle grotere gemeenten, regeerde GroenLinks mee en leverde burgemeesters.
Veel personen komen voorbij, vooral vrouwen. Die zijn vanaf het ontstaan van GL (vanuit met name PPR, PSP en CPN) prominent aanwezig geweest. In het uiterst relevante nawoord van het boek verwoorden Katinka Eikelenboom en Noortje Thijssen, respectievelijk de laatste partijvoorzitter van GroenLinks en de directeur van het Wetenschappelijk Bureau, nog eens dat in het fusieproces met de PvdA solidariteit de verbindende kernwaarde werd, die de idealen van gelijkwaardigheid, een gezonde planeet en vrijheid mogelijk maakt.
Er wordt nu gebouwd aan een brede volkspartij. Maar, vraag ik me af: volkspartij? Wat is daarvan de definitie? Wie is het volk? En hoe verhoudt zich dat tot de visie op Europa? Waar staan we dan als volk en als natie? En hoe verhouden binnen Europa de Sociaaldemocraten zich tot de Groenen? Als macht tot idealen?
Groene supermacht
Aan het slot van het boek zegt voormalig Europarlementariër Bas Eickhout: “Misschien moeten we de milieusuccessen vanuit de kracht van Europa zien te vertalen naar het economische systeem.” Precies daarover gaat het eind 2025 verschenen boek van Diederik Samsom: ‘Groene supermacht. Hoe Europa de wereld kan verduurzamen’. Met zijn schat aan ervaring biedt hij een uniek inkijkje in de Europese klimaatdiplomatie en de mondiale wedloop tussen fossiele tegenkrachten en de wil tot vergroening. Hoewel, wil?
Ik raad iedereen aan dit boek te lezen. De inhoud is razend interessant en het thema cruciaal voor de toekomst van een belangrijk deel van de mensheid op onze planeet. Samsom heeft enorm veel meegemaakt, en hij heeft op diverse fronten zéér belangrijke bijdragen geleverd aan een groen Europa en een schonere wereld, onder andere als kabinetschef van eurocommissaris Frans Timmermans. Dat proces is nog lang niet af. Het wordt steeds crucialer. Want een mondiale temperatuurstijging van boven de 3 graden sluit ook Samsom niet uit.
Het boek biedt een zeer goed geschreven overzicht van wat er speelde en speelt op dit terrein. Over hoe de energiewereld in 20 jaar gigantisch is veranderd – met dank aan Al Gore. En: ‘Wat in China gebeurt, is krankzinnig’ – en dat is positief bedoeld. Samsom beschrijft hoe de Green Deal werd gesmeed: geweldig – maar ook hoe de omstandigheden meezaten. Over hoe het werkt in Brussel. Hoe de procedures zijn, het idealisme, de ambitie, de kennis en betrokkenheid van de ambtenaren en deskundigen. Daar kunnen we veel van leren. ‘Dat in Brussel dingen stiekem worden bedisseld, daar is niets van waar’, zei Trouws vertrekkend EU-verslaggever Romana Abels onlangs bij haar vertrek uit Brussel (Trouw, 11 juli 2026).
Samsom schrijft over de cruciale, leidende rol van Europa in de klimaatdiplomatie, de resultaten (of niet) van de klimaattoppen. Over de effecten van de coronapandemie, boerenprotesten tegen de Natuurherstelwet, geopolitieke ontwikkelingen (Rusland, Ukraine, Trump, maar ook China). Over de blinde vlekken: bloemetjes en bijtjes hebben geen verdienmodel, daarom ontbreken biodiversiteitsbeleid en een ander eetpatroon in zowel de Green Deal, NextGenerationEU als in de plannen van Mario Draghi. ‘Dat moet anders.’
Groeien door technologie
Samsom heeft echter niets met degrowth, zoals voorgesteld door Kate Raworth in haar Doughnut Economics. Over postgroei-econoom Paul Schenderling rept hij niet – daarmee doet hij zichzelf en zijn lezers tekort. Hij geeft (optimistisch) aan hoe we kunnen groeien binnen planetaire grenzen. ‘Duurzame technologie maakt het mogelijk te blijven groeien op deze eindige planeet.’ ‘Er is dankzij schone technologie dus geen praktische begrenzing aan onze groeiwens.’ Maar onze veranderbereidheid en -kunde is te traag, dat geeft hij direct toe.
Hij pleit sterk voor een rechtvaardige transitie, geeft aan hoe die kan plaatsvinden – en waarom die zo moeilijk is. Samsom betoogt dat de Green Deal tien jaar te laat kwam. Ten slotte komt hij uit bij wat nodig is: nieuw klimaatleiderschap, hoe dat eruit moet zien (‘het kan nog wel’). Maar tegelijkertijd is het de vraag hoe hoop en optimisme zich bij hem tot elkaar verhouden. In feite wil hij vooral inspireren. Hij pleit voor optimisme (‘technisch is alles mogelijk’), voor regionale samenwerking, voor politieke moed voor Europa als groene supermacht tegenover de VS en China.
De golfbeweging van klimaaturgentie is een rode draad van Samsoms betoog. Hij hoopt op een vernieuwde milieu- en klimaaturgentie. Zonder bijsturing is een klimaat- en biodiversiteitscatastrofe onvermijdelijk. Die radicale keuze verwacht hij van Europa. Hij schrijft optimistisch, maar is hij dat echt?
Het leven gaat door, ook na de klimaatmars van 12 september. Wanneer verdrinkt het kalf, en wil men de put eindelijk dempen?