Onze cultuur en kapitalisme
Wij zijn minder onszelf dan we vaak geloven. De Nederlandse cultuur is niet aangeboren, al wordt dat in sommige kringen wel gepropageerd. Het kapitalisme vormt ons meer dan we denken.
Étienne Henry
Vooral binnen rechtse partijen bestaat de idee dat cultuur iets is dat vaststaat en genetisch is. Dat mensen die ergens anders vandaan komen, zich altijd op een bepaalde andere manier zullen gedragen. Het is ergens wel logisch dat veel rechtse pro-kapitalistische partijen tot deze conclusie komen. Zij kunnen de problemen in onze samenleving alleen verklaren door naar individuen en culturen te verwijzen, aangezien voor hen het systeem zelf niet het probleem kan zijn.
Kapitalisme wordt hier als een onschuldig achtergrondgeluid gezien, niet als een systeem dat zijn eigen logica, wereldbeeld en boodschap voortduwt. Boos worden over kapitalisme wordt gezien als boos worden op het weer. De Britse schrijver, criticus en cultuurtheoreticus Mark Fisher schreef in zijn boek Capitalist Realism (2009): “It is easier to imagine the end of the world than the end of capitalism”.
Het probleem is dat tegenwoordig dit kapitalistische wereldbeeld als normaal en standaard wordt gezien. De enige nuance die mogelijk is binnen een systeem dat de schuld bij individuen of culturen legt, is dat het de schuld is van randfiguren of vluchtelingen dat we de huidige problemen hebben. Het systeem waar we ons tegenwoordig vooral op aanpassen, is niet dat van een iets diversere samenleving (al dan niet door vluchtelingen), maar van het kapitalisme. Het parasitaire economische systeem waar we in leven en de cultuur die deze vernieling en uitbuiting goed moet praten.
Het ‘breinvirus’
In Capitalist Realism vergelijkt Mark Fisher kapitalisme met een breinvirus dat onze aspiraties, dromen en verlangens vormt zonder dat we het doorhebben. Het verandert ook hoe we onszelf zien. Het mensbeeld dat bij kapitalisme past is de mens als een consument. Als consument heb je theoretisch invloed via het kopen van bepaalde producten, via focusgroepen of via feedbackformulieren. De echte invloed zit echter bij aandeelhouders met stemrecht over de koers van een bedrijf.
We zien dat dit mensbeeld zich verspreidt van de private naar de publieke sector. Studenten en patiënten moeten allerlei evaluaties en formulieren invullen om te beoordelen hoe hun ervaring was. Het is alleen lastig voor een student of patiënt om te bepalen hoe goed het onderwijs of de zorg was. Zij kunnen wel beoordelen hoe fijn zij het hadden (ballonnen na een operatie duwen het cijfer meer omhoog dan een extra training voor de operatieassistenten).
Zo evalueren zorgt er niet voor dat de onderwijs- of zorgkwaliteit daadwerkelijk verbetert, maar dat de consumentervaring beter wordt. Het laat de overheid reageren op allerlei twijfelachtige informatiestromen. Daarnaast leert het patiënten en studenten dat zij geen (politieke) subjecten zijn die zich kunnen organiseren bij een gebrek aan kwaliteit in de zorg of onderwijs, maar klanten die individueel een dienst afnemen.
Ook in de politiek zien we steeds meer dit burgers-als-consumenten-model. Via peilingen wordt vrijwel wekelijks gevraagd welke consumentenvoorkeur mensen hebben qua politieke partij. Ook mogen mensen voortdurend overal hun mening over geven in radio- en televisieprogramma’s. Als consument mogen we altijd iets zeggen, echt politieke invloed hebben we zo niet. Een peiling kan altijd terzijde geschoven worden als die even niet goed uitkomt.
Kapitalistische invloed op ons karakter
Behalve dat kapitalisme ons meer en meer als consument laat zien, vervormt het ook ons karakter. Ons karakter is stroomafwaarts van de cultuur waar we aan blootgesteld worden.
Vaak wordt gesproken over betutteling vanuit de overheid als het gaat om gedrag sturen of om gedrag creëren dat is gericht op het voortbestaan of verbeteren van de samenleving. Deze beïnvloeding valt echter in het niets in vergelijking met de enorme invloed die privaat geld en media hebben.
Gemiddeld zien we ongeveer 6000 reclames per dag. Daarnaast zijn praktisch alle films en media doorspekt met een individualistische kapitalistische ideologie. Films zoals Batman the Dark Knight, Scarface en Pulp Fiction leunen allemaal op het idee dat we in een harde, wrede wereld leven waar je eet of wordt gegeten. Iedereen voor zich en pro-sociaal gedrag is hopeloos naïef.
Tegenwoordig komen er zelfs films uit waar zo rijk mogelijk worden het enige doel lijkt te zijn voor het hoofdpersonage. Een voorbeeld daarvan is The Founder over het begin van McDonald’s. Mede hierom weert China sinds 2016 Amerikaanse films met een te sterke ideologische boodschap. In Nederland zien we makkelijker de ideologische boodschappen van Russische propaganda dan die van Amerikaanse films.
Wij denken vaak dat we zelf bepalen wie we zijn en wat we denken; welke normen en waarden we hebben. Maar vaak is een idee dat we hebben, niet van origine het onze. We vergeten van een citaat waar we die hebben gehoord of gelezen, wie dat heeft gezegd, in welke context en – als laatste – dat het niet ons eigen idee was. Hoe langer geleden een herinnering is, hoe vager deze wordt. Als we vervolgens een bepaald beeld of idee hebben, denken we dat dit uit een authentieke kern komt, maar eigenlijk is het een geïnternaliseerd beeld. Dit verwarren van een herinnering met een originele eigen gedachte wordt in de psychologie cryptomnesie genoemd.
Een cultuur van vrijheid
Een nadeel van de Nederlandse cultuur is dat we weinig beelden en ideeën zelf produceren die we kunnen internaliseren. In haar boek Zuurstof van de Samenleving beschrijft oud-minister van Justitie Winnie Sorgdrager (D66) hoe het produceren van cultuur in Nederland al eeuwenlang niet op waarde wordt geschat. Hier zit een groot gevaar in aangezien een cultureel vacuüm altijd wordt opgevuld. Een slecht ontwikkeld zelfbeeld van wie we als Nederlander zijn en wat we belangrijk vinden, heeft van veel van ons halve Amerikanen gemaakt.
Door een combinatie van twee stromingen, liberalisme (de overheid moet zich niet mengen in de kunsten) en calvinisme (als individuen moeten we niet teveel van het leven genieten en niet opgaan in kunst en cultuur), ontstond een giftig mengsel er tot vandaag de dag voor zorgt dat cultuurproductie permanent op een laag pitje staat. Dit is de afgelopen eeuw verergerd door de enorme culturele invloed die de Verenigde Staten op ons hebben in de vorm van muziek, film en politiek. Dat verkleint de kleine markt die er is voor Nederlandse kunst en cultuur nog verder.
Samengevat hebben we altijd al een probleem gehad met het produceren van cultuur in Nederland en de toenemende culturele invloed van Amerika en de kapitalistische cultuur daaromheen (ver)vormt ons zelfbeeld meer en meer. Cryptomnesie zorgt ervoor dat we de grens tussen onszelf en het kapitalistische zelfbeeld dat kapitalisme nodig heeft steeds meer verliezen met alle gevolgen van dien.
We kunnen hieruit komen door cultuurproducten niet meer los te zien van de ideologische lading die ze hebben. De impulsen die we hebben moeten we niet zien als weerspiegeling van ons karakter maar als de geïnternaliseerde beelden en ideologie van kapitalisme. Als vrijheid ook maar iets betekent, zou het de vrijheid moeten zijn om niet voortdurend ideologisch gemanipuleerd te worden.
Echte vrijheid bereiken we alleen maar door de ideologische boodschap te zien die overal speelt en deze zo actief mogelijk te weren. Daarnaast moeten we ook naar een cultuur die het kapitalisme tegenspreekt en bevraagt, die mensen als burger aanspreekt en niet als consument. De wereld die advertenties en media laten zien is niet de echte. Mensen hoeven geen onverschillige consumenten te zijn, dus zo moeten we ze ook niet behandelen.