Welkom thuis, in de gemeenschap

Frank van de Wolde

Progressief Nederland heeft een rijke voorgeschiedenis. Onze stamboom is niet alleen rood of groen, maar ook geworteld in geloof. Wie terugkijkt naar de geboorte van de PvdA, ziet bijvoorbeeld Willem Banning: predikant, christensocialist en voorzitter van het oprichtingscongres. Hij begreep dat echte vooruitgang niet draait om economische modellen of beleidsnota’s, maar om zingeving. Om een moreel kompas. Om de kracht van gemeenschap. Niet alleen het hoofd telt, maar ook het hart en de ziel.

Ook GroenLinks heeft via de EVP en PPR christelijke wortels. Deze gezamenlijke erfenis dragen we nog altijd met ons mee: een traditie waarin solidariteit geen abstract begrip is, maar een opdracht. Waarin zorg voor de ander, rentmeesterschap en gerechtigheid geen slogans zijn, maar geleefde waarden.

Toch is die verbinding de afgelopen decennia losser geworden. Religie en progressiviteit zijn uit elkaar gegroeid; geloof wordt te vaak gezien als het domein van conservatisme. Tegelijkertijd is binnen progressieve kringen het wantrouwen gegroeid. Secularisering werd meer dan een sociologisch feit; het werd soms ook een houding: sceptisch, afstandelijk, soms zelfs neerbuigend.

Dat is een gemiste kans – en ook een denkfout. Want religie is niet hetzelfde als gemeenschap, en gemeenschap is breder dan religie. Maar religieuze tradities hebben wél iets opgebouwd waar progressieve politiek van kan leren: duurzame verbanden van mensen die elkaar kennen, dragen en aanspreken. Geen vrijblijvende netwerken, maar praktijken van betrokkenheid.

Wie goed kijkt, ziet daar nog altijd een enorme progressieve kracht. De eerste opvang van vluchtelingen wordt vaak georganiseerd door kerken en moskeeën. De ruggengraat van voedselbanken? Vrijwilligers die zich vanuit een overtuiging verbinden. De inzet voor verduurzaming, voor vrede, voor zorg? Die wordt dagelijks gedragen door mensen die hun waarden samen organiseren. Een recent initiatief als De Linkse Kerk laten zien dat die verbinding tussen geloof, gemeenschap en progressieve politiek ook vandaag de dag levend is.

En dat is precies waar het voor progressief Nederland schuurt.

Want laten we eerlijk zijn: we hebben de afgelopen jaren twee reflexen gehad. Ofwel we vertrouwden op het individu – zelfontplooiing, autonomie, vrijheid. Ofwel op de overheid – beleid, systemen, bureaucratie. Allebei noodzakelijk, maar samen nog steeds onvoldoende. Wat ertussen zit, het middenveld van gemeenschappen, hebben we verwaarloosd.

Terwijl juist daar solidariteit vorm krijgt. Gemeenschappen zijn geen warm bad alleen; ze organiseren ook verantwoordelijkheid. Ze bieden houvast én tegenspraak. Ze vormen een alternatief én een tegenmacht tegenover zowel markt als overheid.

Ik heb dat zelf van dichtbij gezien in het bijeenbrengen van de families van GroenLinks en PvdA. Dat ging niet alleen over programma’s of structuren, maar over het bouwen van vertrouwen. Over mensen die elkaar leren kennen, verschillen overbruggen en zich samen verbinden aan een gezamenlijk verhaal. Politiek als gemeenschap in wording.

Intussen zie je dat anderen dat vacuüm wél vullen. Bewegingen die mensen een thuis bieden, die inspelen op het verlangen naar verbinding en betekenis – soms met een agenda die haaks staat op de onze. Juist daarom kunnen wij het ons niet permitteren om gemeenschap te negeren of te reduceren tot iets vrijblijvends.

Daar ligt onze opdracht. En die is tweeledig, maar niet tegenstrijdig.

Ten eerste: opnieuw investeren in bestaande gemeenschappen. In buurten, verenigingen, geloofsgemeenschappen en netwerken van zorg. Niet door ze te instrumentaliseren, maar door ze serieus te nemen als dragers van solidariteit. En door aan te spreken, in plaats van te negeren, als er sprake is van onverdraagzaamheid. 

Ten tweede: zelf een gemeenschap zijn. Niet alleen een politieke machine of een optelsom van standpunten, maar een beweging waarin mensen zich thuis voelen. Waar betrokkenheid meer is dan lidmaatschap. Waar we elkaar kennen, dragen en aanspreken.

Dat vraagt lef. Het doorbreken van reflexen. Het besef dat we elkaar nodig hebben, juist in een tijd die ons uit elkaar trekt.

De bronnen zijn er. De tradities zijn er. De mensen zijn er.

Het is aan ons om die weer samen te brengen – en daaruit iets nieuws op te bouwen dat sterker is dan wat we verloren zijn. Strijdbaar, verbonden en hoopvol. Dat is het Nederland dat we nodig hebben.

Frank van de Wolde is een van de aanjagers van de fusie tussen GroenLinks en PvdA als oprichter van RoodGroen en bestuurslid van de steunstichting van de Banning Vereniging.

Share the Post:

Bekijk ook deze berichten

Join Our Newsletter

Scroll naar boven