Als we te stellig zijn, worden we identiteit-fanatici

Filosofen plaatsen Chinese klassieker in het heden

Het individualisme lijkt hoogtij te vieren. Zelfbeeld en individualiteit zijn belangrijk in de tegenwoordige samenleving. Neem jezelf en politiek niet té serieus, betogen de Hans-Georg Moeller en Paul D’Ambrosio in hun boek waarin zij theorieën van Chinese klassieke filosoof Chuang-tzu (369-286 voor Christus) analyseren.

Étienne Henry 

De Zuangzi is een lastig te doorgronden, vaak satirische en humoristische losse compilatie van Chuang-tzu’s werk. In Genuine Pretending (on the Philosophy of the Zhuangzi) beschrijven Hans-Georg Moeller en Paul D’Ambrosio twee identiteitstechnologieën. Namelijk, sincerity (oprechtheid) en authenticity (authenticiteit). Beide zijn mentale constructen over wie we zijn en wat onze plek in de wereld is. Via cultuur krijgen we beelden voorgelegd die ons een beeld van onszelf helpen bouwen. Veel sprookjes, maar ook Bijbelverhalen bouwen via oprechtheid aan onze identiteit. Terwijl veel moderne literatuur juist via authenticiteit werkt om onze identiteit op te bouwen. Door deze ervaringen te internaliseren wordt ons beeld van onszelf uiteindelijk een tweede natuur. We vergeten waar we beelden en ideeën vandaan hebben en zien deze als afkomstig uit een innerlijke kern of subjectiviteit. Alleen tijdens onze slaap zijn we even van deze tweede natuur los.

‘De zelf’ is alleen niet te plaatsen los van cultuur. Een zelf is iets dat er niet van nature is in kinderen. Onderzoekers hebben ontdekt dat ‘de zelf’ langzaam gecreëerd wordt door de emoties die kinderen ervaren, zichzelf te herkennen in de spiegel en door via taal naar zichzelf te refereren.

Oprechtheid en authenticiteit

Oprechtheid is een identiteitstechnologie waar wie we zijn een verlengde is van de sociale situatie waaruit we komen. Dit komt vooral voor binnen contexten met weinig sociale mobiliteit en vaste patronen. Historisch gezien was dit min of meer tot de verlichting (17de-18de eeuw) dè dominante manier van identiteitsopbouw. Wie je was, was gelijk aan de rol die je werd verwacht te spelen. Dit betekent niet dat mensen hier vroeger onder leden, aangezien een vast verwachtingspatroon ook stabiliteit, zekerheid en zingeving kan geven.

Na de verlichting en de industriële revolutie kwam er meer en meer sociale mobiliteit en differentiatie in wat je kon worden of zijn. Het was niet meer vanzelfsprekend dat je een leven zou gaan leiden dat overeenkwam met dat van je ouders of gemeenschap.

De identeitstechnologie die daar goed bij paste was authenticiteit, die tot vandaag de dag nog erg invloedrijk is (hoewel door de opkomst van het internet er weer een nieuwe identiteitstechnologie in opkomst is profilicity (te vertalen als ‘profielciteit’) wat meer gaat over het virtuele beeld dat je neerzet, dan een echt authentieke zelf). De opkomst van authenticiteit leidde ook tot vraagtekens rondom oprechtheid. Verloochenen mensen die vastzitten in maatschappelijke verwachtingen zichzelf? Is het niet beter dat ze doen wat ze zelf willen doen? Tot de opkomst van authenticiteit werd de oprechtheid als iets positiefs gezien, daarna werd dit vaak als conformistisch afgedaan. Iemand die zich voegde naar de samenleving, was niet zijn eigen persoon.

Oprechtheid is op sommige plekken nog steeds aanwezig, bijvoorbeeld in het kastensysteem in India of in de verwachting die we van ouders hebben dat ze – als ze kunnen – voor hun kinderen zorgen. Oprechtheid kan dan ook naast andere identiteitstechnologieën bestaan.

Een westerse filosofie die hier goed bij past is het existentialisme dat na de Tweede Wereldoorlog opkwam. In romans zoals De vreemdeling van Albert Camus is de hoofdpersoon iemand die zich als individu profileert en zijn eigen keuzes maakt.

Authenticiteit en oprechtheid in verschillende stromingen

‘Wees jezelf’ is de dominante boodschap uit de samenleving via media en cultuur. Dit is nogal een paradoxale boodschap. Door jezelf te zijn, schik je jezelf ook naar de wens van de samenleving. De zelf die we onder authenticiteit vormen is eigenlijk niet meer dan een internalisering van ons culturele milieu.

Als we door de oogharen heen kijken, kunnen we een conservatieve tendens in oprechtheid zien met het zorgen voor stabiliteit, het respecteren van hiërarchieën en het jezelf normeren naar de samenleving. In authenticiteit zit een progressieve tendens, waarin meer ruimte is voor verschillen en waarin mensen meer als individuen behandeld worden. In Genuine Pretending wordt beschreven dat de twee dominante ideologieën uit de Chinese oudheid, het Confucianisme en het Taoïsme, ook elementen van oprechtheid en authenticiteit bevatten.

Het Confucianisme wordt vaak vergeleken met oprechtheid, met je plaats kennen in de samenleving en zo oprecht mogelijk je rol uitvoeren. Het Taoïsme is alleen niet een direct equivalent van authenticiteit, ondanks dat het zich afzet tegen het Confucianisme. In de Zhuangzhi, een van de basisteksten van het Taoïsme, wordt regelmatig Confucius bekritiseerd of voor gek gezet in verhalen. Vaak wordt er in de Zhuangzhi verwezen naar de absurditeit en onoprechtheid die het gevolg kunnen zijn van een te sterke afhankelijkheid van regels en conventies.

Volgers van Taoïsme ontdekten dat een beeld van onszelf noodzakelijk is voor mensen, maar dat gelijktijdig een te sterke identificatie met je zelfbeeld leidt tot onnodig persoonlijk en sociaal lijden. Als we te stellig zijn in onze identiteit, worden we identiteit-fanatici. Hoe sterker ons zelfbeeld is, hoe obsessiever en beklemmend deze identiteit kan zijn. Een negatieve consequentie kan ook zijn dat een te stellig beeld van onszelf ons verhardt tegenover anderen.

Een geen-identiteit-politiek

Wie we zijn en hoe we onszelf zien zal altijd een weerspiegeling zijn van toevalligheden in onze tijd en plaats. Op welke media beschikbaar zijn en welke verhalen ons worden verteld als kind, hebben we geen invloed.

Onze verlangens zullen nooit de onze zijn, maar een afspiegeling van onze omgeving en de media die we toevallig consumeren. Daarom moeten we onszelf en onze identiteit en de identiteiten van anderen niet te serieus nemen en beseffen dat we niet vanuit een kern zelf spreken, maar vanuit een bouwwerk waar we niet onnodig aan gehecht moeten zijn.

Uiteindelijk speelt iedereen een rol in de samenleving, aangezien een kernidentiteit niet bestaat. Dit inzicht zorgt ervoor dat we niet te gehecht raken aan de rol die we spelen en deze rol ook beter kunnen spelen. Een acteur die zichzelf teveel identificeert met een rol zal te veel druk op zichzelf leggen en daardoor paradoxaal de rol niet op een ontspannen goede manier uitvoeren.

Hoe mensen zich gedragen is geen representatie van hun diepste zelf omdat deze diepste zelf onvindbaar is. Lichtheid en humor zullen daardoor altijd deel van onze politiek moeten zijn, opdat we onszelf niet als activisten, politiek leiders, intellectuelen of schrijvers zien, maar als mensen die maar doen alsof. In Genuine Pretending wordt beschreven hoe een kind kan spelen alsof hij/zij een cowboy of brandweerman is en meer plezier beleeft als die doet alsof hij/zij echt een brandweerman is. Zo zou ons politiek beeld en ons mensbeeld ook moeten zijn: We spelen allemaal rollen, we moeten ons alleen niet in die rollen verliezen en onszelf vervreemden van de mensen die een andere rol spelen.

Share the Post:

Join Our Newsletter

Scroll naar boven