Het verzet van Anton de Kom

We leven in een land waar inwoners veronderstellen dat racisme na afschaffing van de slavernij in 1863 niet meer bestaat en dat Suriname een onbetekenend land was en is. Er zijn echter Surinamers die ons over beide aannames aan het denken zetten. Anton de Kom is een van hen. Hij is de bekendste strijder tegen het kolonialisme van Nederland in Suriname. Pas lang na zijn dood in een naziconcentratiekamp, heeft hij die erkenning gekregen. In 2020 is De Kom opgenomen in de Canon van Nederland. De Kom inspireert velen, zoals Akwasi.

Koert Vrijhof

Korte levensloop

1898 Geboren te Paramaribo uit Judith Dulder, middenstander, en Adolf de Kom, gouddelver en landbouwer

1916 MULO-diploma, gevolgd door kantoorbanen; boekhouddiploma

1920 Vertrek naar Haïti, van daar uit naar Curaçao en dan Nederland

1923 Kantooremployé Reuser & Smulders, handel in koloniale waren

1926 Huwelijk met Petronella (‘Nel’) Borsboom. Ze krijgen drie zonen, een dochter. 

1931 Eerste versie van ‘Wij slaven van Suriname’

1932 Terugkeer naar Suriname en oprichting adviesbureau in Paramaribo

1933 Arrestatie en deportatie naar Nederland, blijvende werkloosheid. Medewerking aan tijdschrift ‘Links Richten’

1934 en 1936 Racistische mishandeling op straat met blijvend letsel 

1934 Publicatie ‘Wij slaven van Suriname’. 

1939 Klinische opname door teveel spanningen, slaapkuur; 1940 herstel 

1940 Verzetsactiviteiten tot arrestatie door de bezetter in 1944

1945 In concentratiekamp Neuengamme overleden aan tuberculose

1960 Herbegrafenis erebegraafplaats te Loenen

1971 2e druk ‘Wij slaven van Suriname’, gevolgd door vele herdrukken

1983 Echtgenote Petronella overleden te Paramaribo

2009 Publicatie biografie ‘Anton de Kom’ door Rob Woortman & Alice Boots

2022 Woordelijke en in 2023 schriftelijke excuses door Nederlandse regering

2024 Publicatie ‘Ik omhels je onafgebroken’ door dochter Judith de Kom (overleden 2024) en Ida Does

Als kind is Anton thuis een rustige en aardige jongen. Nieuwsgierig naar verhalen over het verleden vraagt hij  ouderen veel over de tijd van de slavernij. Vooral een van zijn grootmoeders raakt hem als zij vertelt en hij het leed in haar ogen ziet. Vroeg krijgt hij de overtuiging dat er sprake is van groot onrecht. Anton heeft zijn donkere huid van zijn vader geërfd. Hij ondervindt daar nadeel van, ook ten opzichte van zijn lichter gekleurde brusjes. Toch is hij zelfbewust. Dankzij zijn afkomst, zijn Mulo-diploma – de hoogste bereikbare opleiding voor een Surinamer in die tijd – en zijn goede voorkomen. Hij leest veel en bewaart zijn boeken en aantekeningen zorgvuldig. Mogelijk heeft hij eigenzinnigheid en trots van zijn moeder geërfd. Zijn zachtmoedige vader ziet hij niet veel, want deze goudzoeker is vaak maandenlang van huis.  

Passend werk
Na school gaat Anton werken als assistent-boekhouder bij de Balatacompagnie. Balata is een natuurlijke grondstof voor rubber. Hij komt erachter dat de arbeiders die in het Surinaamse binnenland balata oogsten, flink worden uitgebuit. Er wordt onder meer misbruik gemaakt van hun analfabetisme. In contact met sommigen van hen brengt hij ze onder meer enige kennis van taal en rekenen bij. Een collega getuigt: “Hij zat op kantoor en vocht voor ons. Hij zorgde ervoor dat wij het loon kregen waar wij recht op hadden.” Omdat hij bij de Balatacompagnie niet vooruitkomt, beproeft hij zijn geluk in het buitenland. Haïti en Curaçao bieden hem geen passend werk, waarop hij naar Nederland vertrekt. Eind 1920 komt hij aan in Amsterdam. 

In september 1923 vindt hij werk bij Reuser & Smulders, handelaren in koffie en thee in Den Haag. Daar ontmoet hij zijn toekomstige echtgenote, Nel Borsboom. Als vertegenwoordiger in koffie weet hij in 1930 de eerste prijs te halen voor de hoogste omzet. 

Suriname
Suriname laat hem niet los. Naast zijn werk en gezin vindt hij tijd om gedichten over zijn vaderland te schrijven. Hij heeft veel oog voor de schoonheid van zijn land. Dat Nederlanders weinig of niets weten van de omstandigheden in Suriname wijt hij aan tekortschietend onderwijs. Daarom vertelt hij op scholen en jongerenbijeenkomsten over zijn land en de geschiedenis van de slavenarbeid. Hij voelt zich aangetrokken tot antikoloniale activiteit, die vrijwel geheel is gericht op Nederlands-Indië.

Hij droomt van een betere wereld en probeert de échte geschiedenis van Suriname te beschrijven. Zijn dochter Judith: “Hij heeft zich een monumentale levenstaak gesteld: het blootleggen en vastleggen van het eeuwenlange koloniale systeem van ontmenselijking, onbeschaafdheid en sadisme.” Een eerste stap om zijn volk tot zelfbewustzijn te brengen. 

In 1932 hoort hij dat zijn moeder ernstig ziek is en besluit om naar Suriname terug te gaan, met zijn gezin. In Suriname rijpt bij hem het idee om zijn volk te helpen. “Het is of moeder zich over mij heen buigt om me te kussen, zoals ze deed toen ik klein was, zoals ze luisterde naar mijn klachten, wanneer het verdriet reeds minder werd omdat er iemand was die naar mij luisteren wilde. En ineens weet ik, ik zal een adviesbureau oprichten en luisteren naar de klachten van mijn makkers zoals moeder eens geluisterd heeft naar het verdriet van haar jongen.”

Het adviesbureau is een succes, hij ontvangt honderden mensen van wie hij de klachten en verzoeken opschrijft. Dit verontrust gouverneur Rutgers. De Kom wordt wegens opruiing opgepakt en gevangengezet. Een vreedzame demonstratie tegen dit machtsmisbruik slaat het koloniale bestuur uit elkaar waarbij twee doden vallen. De Kom en zijn gezin worden op de boot retour Nederland gezet. Terug in Nederland probeert De Kom weer werk te krijgen, maar mede door de grote werkloosheid lukt hem dat niet. Zijn gezin leeft in armoede.  

Hij schrijft kinderverhalen over de spin Anansi. Zijn dochter Judith: “Een hoogtepunt voor het slapengaan, als mijn vader zich ontspande en de verteller in hem de vrije loop liet.” 

Verzetswerk
In de oorlog doet Anton de Kom verzetswerk. Hij wordt door de bezetter opgepakt. De Grüne Polizei vraagt aan Nel: “Waarom ben je eigenlijk met die nikker getrouwd?” Zij antwoordt: “Omdat ik van hem houd en respecteer.” Gedeporteerd naar Duitse concentratiekampen, wordt hij onmenselijk behandeld. Ten gevolge daarvan overlijdt hij kort voor de Duitse capitulatie. Pas in 1960 ontdekt men Antons stoffelijke resten en ontvangt Nel informatie waar en hoe Anton is gestorven. 

Share the Post:

Join Our Newsletter

Scroll naar boven