RECENSIE Gods Slaafgemaakten

Gods slaafgemaakten, actueler dan ooit

We hebben net weer Ketikoti herdacht en gevierd. Op 30 juni de vlag halfstok en op 1 juli de vlag in top. Of was ik de enige? Is het thema slavernij nog actueel en relevant? Er is nog nooit zoveel slavernij geweest als vandaag. En het verleden is nog lang niet afgesloten. Niet bij de nazaten van slaafgemaakten. Niet in en door de kerken. Niet in politiek en samenleving. 

Robert Scholma

Theoloog en historicus Martijn Stoutjesdijk schreef een buitengewoon actueel en relevant boek: Gods slaafgemaakten – Hoe het christendom slavernij verdedigde en veroordeelde. Eerder schreef hij met Bente de Leede het boek Kerk, kolonialisme en slavernij (KokBoekencentrum, 2023). Sinds 2022 is Stoutjesdijk verbonden aan een groot onderzoeksproject naar de rol van de Kerk in het Nederlandse slavernijverleden (zie www.kerkenslavernij.nl), waar het gaat om geschiedenis, theologie en erfenis. Ook was hij zijdelings betrokken bij onderzoek van Paul Schenderling naar hedendaagse arbeidsuitbuiting – moderne slavernij.

Stoutjesdijk citeert de Zuid-Afrikaanse dominee en anti-apartheidsactivist Allan Boesak: ‘It’s foolish bravery to try to block the God of justice. Ask the pharao.’ Hij neemt in dit boek de ambitieuze taak op zich om te tonen hoe het bijbelse denken over slavernij doorwerkte in de Nederlandse koloniale slavernij. Stoutjesdijk begint met een hoofdstuk over de Hebreeuwse Bijbel, over slavernijwetgeving en het Exodusverhaal. In hoofdstuk 2 komt het Nieuwe Testament aan bod, met onder meer slavernijgelijkenissen, de slavernijmetafoor en regels voor slaven en meesters. In hoofdstuk 3 richt hij zich op de Vroege en de Middeleeuwse Kerk: hoe werd in die periode met slavernij omgegaan, bijvoorbeeld door Gregorius en Augustinus? En hoe zat het met de kerkslavernij?

Nederlandse context

In de volgende hoofdstukken maakt Stoutjesdijk de overgang naar de Nederlandse context, waarbij hij ook oog heeft voor de Nederlandse slachtoffers van bijvoorbeeld de Barbarijse (Noord-Afrikaanse) zeeroverij. Vervolgens kijkt hij naar de Nederlandse betrokkenheid bij de koloniale slavernij. Waar de eerste reflex van de Nederlandse protestanten was om slavernij als ‘onchristelijk’ te verwerpen, zou de Republiek zich al gauw ontpoppen als een van de grootste slavenhandelaren. Hoe is dat te verklaren, en welke rol speelde de theologie daarin?

Samenhang

Aparte aandacht besteedt Stoutjesdijk vervolgens aan de samenhang tussen racisme, christendom en slavernij in de periode van het kolonialisme. In hoofdstuk 8 en 9 kijkt hij naar slavernij, Kerk en zending in zowel de Amerika’s (onder andere Suriname, Cariben) als Azië (Nederlands-Indië, Sri Lanka, India) en Zuid Afrika. Vervolgens bestudeert hij de christelijk geïnspireerde abolitionisten en hun argumenten, en hoe dat proces in Nederland (traag, laat!) verliep.

De laatste twee hoofdstukken gaan over de relevantie van dit onderwerp vandaag. Met de afschaffing van de slavernij blijkt slavernij niet verdwenen. Stoutjesdijk kijkt naar moderne vormen van slavernij. Volgens een onderzoek van de ILO (International Labour Organization) uit 2022 waren er in dat jaar maar liefst 50 miljoen kinderen, vrouwen en mannen in verschillende vormen van slavernij. Ook geeft hij aandacht aan de International Justice Mission (IJM), die ook in Nederland actief is, de enige huidige anti-slavernijbeweging. Belangrijk: hij kijkt expliciet naar de nog steeds bestaande koloniale denkbeelden die doorwerken in het Nederlandse zelfbeeld.

Roeping van de Kerk

In het afsluitende twaalfde hoofdstuk bestudeert hij de mogelijke rol en roeping van de Kerk in het heden. Hij kijkt naar de excuses van de kerken in 2013 en 2023 en de potentie die Kerk en religie hebben om met rituelen en taal bij te dragen aan de heling van wonden die door de slavernij in heden en verleden zijn geslagen. 

Stoutjesdijk ambieert geen volledigheid in deze complexe geschiedenis. Dat kan ook niet. Veel onderzoek is nog gaande. Voor wie meer wil weten, zijn er steeds adequate voetnoten, een literatuurlijst en een beknopt register. Stoutjesdijk richt zich vooral op de rol van de Nederlandse kerken en kerkleden, waaronder slavenhoudende predikanten. Hij gaat in op Bijbelse noties, en de interpretatie daarvan. Zo geven Bijbelvertalingen de Hebreeuwse en Griekse begrippen voor ‘slaaf’ veelal verbloemend als ‘knecht’ weer. Hij kijkt ook naar de actualiteit, de positieve krachten en bewegingen in Nederland en daarbuiten. Op de doorwerking, de actualiteit, en ook op de vraag: hoe compenseren we wat we in het verleden hebben aangericht?
Er wordt veel onderzoek gedaan op al deze terreinen. Het boek kun je zien als een actuele compilatie. Stoutjesdijk schrijft en argumenteert zeer helder. Hij reflecteert op actueel onderzoek, Nederlands en internationaal. Hij doet dat grondig en systematisch. Open, eerlijk, scherp. Het boek is zeer leesbaar, zeer leerzaam, voor iedereen. 

Vijfentwintig eeuwen geschiedenis, verspreid over vijf continenten, passeren de revue. De focus ligt op de relatie tussen christendom, kerk en slavernij. Stoutjesdijk kiest bewust voor een bredere benadering, omdat hij wil aantonen hoe slavernij en de slavernij-metafoor in de haarvaten zit van Bijbel, theologie en kerk en daarmee vormend is geweest voor onze westerse cultuur en geschiedenis. Hij is zeer kritisch op de ook door Jezus en Paulus gebruikte bijbelse slavernij-metafoor. Met slavernij-specialiste Catherine Hezser vrijaagt hij zich af of we niet geheel afscheid moeten nemen van de slavernij-metafoor in ons religieus en filosofisch spreken.


Een van de ironische aspecten van de slavernijgeschiedenis is dat het beeld van Israël onder het slavenjuk werd gebruikt om het lot van de Lage Landen onder de katholieke Spaanse vorsten te typeren: bevrijding uit het ‘Aegypten der Spaanse dwingelandy.’  De zelfidentificatie met Israël werkte zelfs door in de koloniën. Zo werd Batavia (nu Jakarta), de hoofdstad van het koloniale Nederlands-Indië, ook wel ‘Indisch Zion’ genoemd. Met die aanduiding is de cirkel rond: de Nederlandse koloniale bezetter zag zichzelf als het volk dat door God uit de Egyptische slavernij was bevrijd, maar werd door zwarte christenen als de Surinaamse marron, zendeling Johannes King (1830-1898) juist gezien als de wrede Egyptische farao, waarvan bevrijding nodig was.

De schrijver laat haarscherp zien hoe in de Bijbel, de vroege kerk en de vroegmoderne tijd gepleit werd voor slavernij, maar ook hoe vrije en slaafgemaakte christenen door de eeuwen tegenwicht boden. Hij toont de gruwelijke impact van bijbelteksten aan. Soms spande het erom, maar de geschiedenis koos de kant van de slavernij. De beroemde theoloog en kerkvader Augustinus bestendigde de slavernij door haar te verbinden aan de zonde. Stoutjesdijk: “Nergens in de 17e of 18e eeuw heb ik een schrijver gevonden die een verbinding legde tussen de weerzin tegen witte slavernij en gevoelens over zwarte, koloniale slavernij”. Hij toont aan dat ‘voorbeeld-christenen’ als predikanten zich op geen enkele manier positief lijken te hebben onderscheiden van andere slaveneigenaren. Kerken waren, ook na de afschaffing van de slavernij, lang het verlengstuk van de koloniale overheden. Volgens bevrijdingstheoloog Alan Boesak was de God van de Nederlandse gereformeerde traditie ‘de God van slavernij, angst, vervolging en de dood’. De Nederlandse abolitionist, liberaal kamerlid W.R. baron van Hoëvell noemde slavernij in 1853 ‘de tergendste verkrachting van de gerechtigheid’. Bij de afschaffing liep Nederland bepaald niet voorop. De kerken evenmin. 

Is dat nu anders? 

Er is volgens Stoutjesdijk nog nooit zoveel onderzoek, aandacht en momentum geweest voor een kritische reflectie op het slavernijverleden. En voor het ontwikkelen van vormen van heling en herstel. Benut het Nederlandse christendom ditmaal het kantelpunt waarop het staat wel? Waarom is er geen brede (internationale) kerkelijk reflectiebeweging, zoals die er wel was na de Shoah?
De Kerk zou volgens Stoutjesdijk drie stappen moeten zetten: 1. onderzoek naar het verleden, 2. evaluatie van theologische tradities met het oog op culturele diversiteit en 3. herschikking van structuren. Hij geeft aandacht aan het initiatief van Kwon en Thompson en hun boek uit 2022: Reparations. A Christian Call for Repentance and Repair. Kerken hebben de Bijbelse plicht om herstellers (agents of repair) te zijn, na de historische (en actuele) diefstal van waarheid, macht en rijkdom. 

We zeggen het: excuses zijn geen punt, maar een komma. Maar wie excuses aanbiedt, heeft ook de morele verantwoordelijkheid datgene wat fout ging te herstellen. Dat betreft kerk, politiek en samenleving. Herstel betreft waarheid, macht en rijkdom. 

Onder welke omstandigheden en met welke gevolgen worden onze (luxe)producten gemaakt? Die ethische imperatief geldt ook voor het bestrijden van het hedendaagse soms letterlijk killing racisme en de moderne vormen van slavernij en uitbuiting.

Slavernij ontmenselijkt niet alleen de slaafgemaakte, maar ook de slaveneigenaar en de moderne mens. Martin Luther King Jr. zei het al (en niet hij alleen): ‘Niemand is vrij, totdat iedereen vrij is’.

Share the Post:

Bekijk ook deze berichten

Artikel
RECENSIE Gods Slaafgemaakten
Artikel
Heilige veerkracht
Artikel
Samen voor regionale biologische landbouw
Niet gecategoriseerd
Mei-magazine online

Join Our Newsletter

Scroll naar boven