Redacteur Jaap Terpstra bezocht het Tibetaans boeddhistisch centrum Karma Deleg Cho Phel Ling, net buiten het dorpje Hantum in Fryslân. Jaap was onder de indruk van de rust en sprak met Wim van Kessel, voorzitter van de stichting Karma Deleg Cho Phel Ling.
Jaap Terpstra
De periode voor Pasen, de veertigdagentijd of lijdensweek, is voor mij persoonlijk meestal een periode van kennisverdieping, bewustwording en ontmoeting. Een klooster is bij uitstek een plek waar deze drie elementen samenkomen. Een aantal weken geleden was ik in ´de Stille week´ voor Pasen op bezoek in het Tibetaans boeddhistisch centrum Karma Deleg Cho Phel Ling, net buiten het dorpje Hantum in Fryslân, aan de Stoepawei (=weg) nr. 4. Het centrum heeft als intentie het bevorderen en ontwikkelen van compassie, welzijn en geluk van alle levende wezens. Er zijn dagelijks recitaties in de tempel en er worden lezingen en workshops georganiseerd. Ook biedt het centrum de mogelijkheid om je individueel in een retraite terug te trekken. Dit alles volgens de Karma Kagyu traditie.
Rust
Het klooster is goed te vinden. In het dorpje Hantum zie je wegwijzers naar de stoepa. Een smal weggetje verbindt het klooster met het dorp. Precies halverwege passeren we een gerestaureerde molen, die als het ware de twee werelden (westers en oosters) met elkaar verbindt. Als we bij de molen staan en ons hoofd naar rechts buigen, zien we de kerk van Hantum op de terp, omringd door bomen. Buigen we ons hoofd naar links, dan zien we de Stoepa (boeddhistisch monument dat fungeert als heiligdom en relikwiehouder van de Boeddha of andere heiligen), ook omringd door bomen. Zodra we arriveren bij het centrum worden we verwelkomd met het geluid van ruisende bladeren en van wapperende gebedsvlaggen. Wim van Kessel, voorzitter van de stichting Karma Deleg Cho Phel Ling verzorgt een rondleiding. Hij geeft aan dat er regelmatig bezoekers komen, vaak vanuit het onderwijs. Maar ook vanuit de kerken. Wim: “Nog niet zo lang geleden is de nieuwe rooms-katholieke bisschop van Groningen-Leeuwarden, Ronald Cornelissen, hier op bezoek geweest, om met ons kennis te maken.” Wat Wim opvalt is dat er steeds meer behoefte is aan rust en bezinning. Stiltelocaties worden in Nederland steeds zeldzamer.
Geschiedenis en traditie
Het Tibetaans Boeddhisme kent een aantal scholen. In dit centrum volgt men de Karma Kagyu traditie. Momenteel zijn er vier hoofdscholen van het Tibetaans boeddhisme in Tibet, waaronder de Kagyu school. Deze school is in de 11e eeuw ontstaan. Omdat de school sterk op de praktijk is georiënteerd, wordt deze de ‘mondelinge’ of ‘vervolmakende’ school genoemd. Haar kracht put ze uit de sterke verbinding tussen leraar en leerling. Ze is gebaseerd op het begrip ‘transmissie’: het doorgeven van de leringen en methoden van leraar op leerling, die deze op zijn beurt weer overdraagt op zijn eigen leerlingen. Deze school biedt praktische lessen die goed te gebruiken zijn in het dagelijks leven.
Het centrum bij Hantum was het eerste Boeddhistisch klooster in Nederland. Eind jaren zeventig was er, vanwege de groeiende belangstelling in Nederland voor het boeddhisme, behoefte aan een leraar en werd een boerderij en land in Hantum door een geïnteresseerde lokale bewoner beschikbaar gesteld om een centrum te bouwen. In 1985 was het retraitecentrum klaar en op 1 mei 1988 is Lama Gawang Rinpoche begonnen met de bouw van de Stoepa. De stoepa is 13 meter hoog (er was afgesproken dat de stoepa niet hoger mocht zijn dan de kerk in Hantum) en werd na vier jaar onder grote belangstelling officieel geopend. Bij de opening van de Stoepa waren onder andere de toenmalige burgemeester van Dongeradeel (sinds 2019 gefuseerd tot gemeente Noardeast- Fryslân), de heer Sybesma, een aantal wethouders, vertegenwoordigers van omringende kerken en leden van de Provinciale Staten van Fryslân aanwezig.

Relatie met de omgeving / Interreligieuze ontmoetingen
Eeuwenlang hebben in deze omgeving kloosters gestaan van diverse christelijke ordes, waarbij er toen niet altijd goede onderlinge relaties waren. Er was soms sprake van concurrentie. Na de Reformatie zijn ze allemaal verdwenen. Tegenwoordig zijn er in Fryslân weer een aantal kloosters, plekken van stilte en bezinning, zoals Nykleaster bij Jorwert, een Russisch Orthodox klooster in Hemelum en hier in Hantum. Zelf zou ik het een positieve ontwikkeling vinden als juist de kloosters in dit gebied meer met elkaar verbonden worden en elkaar stimuleren, een soort ‘Kloosterconnectie.”
Wim: “Een belangrijk persoon die heel veel heeft betekend voor dit centrum was Lama Gawang Rinpoche. Hij heeft hier ook gewoond en had in de loop der jaren goede contacten opgebouwd met een pastor uit de omgeving. Er was veel onderling respect. Zodoende is er in de stoepa, naast de ruim duizend Boeddhabeeldjes, ook een beeld van Bonifatius te vinden, als teken van verbondenheid met de omgeving. Iedereen is hier welkom om te bidden. We staan open voor iedereen.”
Iedereen die het klooster bezoekt, is verrast over hoe kleurrijk het hier is. Het geeft als het ware ‘kleur aan de omgeving’, ook als het regent en guur is. Wij lopen naar de rondgang met 108 gebedsmolens bij de stoepa. Deze zijn gevuld met lange opgerolde stroken en schijven papier waarop mantra’s zijn gedrukt. Het draaien van de gebedsmolens brengt geluk aan alle levende wezens. Wim nodigt uit om langs de gebedsmolens te lopen en geeft mij een tekst met de woorden die daarbij uitgesproken kunnen worden. Tijdens het draaien van de molens (met de klok mee) bid ik voor vrede en gerechtigheid, en de Schepping, op mijn eigen manier en in mijn eigen traditie. Het voelt goed en ik ben blij hier te zijn. Het geeft mij rust.
Hierna vervolgen we onze weg naar het retraitecentrum bij de tempel. Er zijn een paar mensen aanwezig die daar tijdelijk verblijven. Er heerst een gemoedelijke sfeer. Deze plek nodigt uit om diepere gesprekken met elkaar te voeren. Zoals over de christelijke lijdensweek voor Pasen en het boeddhistische dukkha, vaak vertaald met lijden. Zijn er overeenkomsten? Het boeddhisme geeft aan dat als we erkennen dat er lijden is in ons bestaan, dat we het lijden kunnen reduceren. En vervolgens kunnen we gerichte stappen zetten om uiteindelijk te komen tot ‘bevrijding of verlossing’. Van donker naar licht! Sommigen ervaren boeddhisme vooral als een levensvisie die inzet op verminderen van lijden en op meer verdraagzaamheid, waardoor er een houding ontstaat naar een actieve betrokkenheid in de samenleving en de politiek.
We maken nog een rondje op het terrein. Er staan voornamelijk loofbomen. Op het moment van het gesprek is het nog kaal, maar over een paar maanden zal het eruitzien als ‘een groene oase.’ Wim: “We genieten van de natuur en beseffen dat we er een onderdeel van zijn.” Het boeddhisme en ecologie zijn sterk verbonden door de leer van onderlinge afhankelijkheid (interzijn), die stelt dat al het leven met elkaar verbonden is. Het boeddhisme bevordert een ecologische levenshouding door mededogen voor alle levende wezens, het vermijden van hebzucht en het cultiveren van respect voor de natuur. In de komende jaren wil het centrum het spiritueel en educatief aanbod versterken met thema’s als milieu en dierenwelzijn.
Ook zal er meer aandacht worden besteed aan het onderwerp gendergelijkheid. Tegenwoordig wordt er binnen het westerse boeddhisme veel gediscussieerd over gender, identiteit en privileges. Er is een streven naar meer gelijkheid en inclusie, waarbij patriarchale structuren uit het verleden ter discussie worden gesteld.