Niek Huis in t Veld
Zaterdagochtend 25 januari 2025, 06.48 uur. Op exact dat moment werd ik plotseling door een trillende telefoon uit mijn slaap gewekt en enkele seconden later zat ik in een absurde draaikolk waar ik nog steeds niet helemaal uit ben gekomen. Aan de andere kant van de lijn gaf mijn collega een duidelijk bericht: vanwege een incident ging de lezing die ik die dag in het Drents museum moest geven niet door. Ik mocht er rekening mee houden dat het museum ook de volgende dag gesloten zou blijven. Om 12.00 uur werd in een persconferentie duidelijk wat mijn collega bedoelde met ‘incident’: enkele Roemeense kunstschatten die in bruikleen waren gegeven voor de tentoonstelling Dacia – Rijk van goud en zilver waren op brute wijze geroofd, waaronder ook het topstuk: de Helm van Coțofenești.
De gouden Helm van Coțofenești is rond 450 voor Christus gemaakt door de Daciërs, een nomadenvolk dat tot zo’n 2000 jaar geleden leefde in hedendaags Roemenië en in 106 na Christus werd verslagen door de Romeinse keizer Trajanus. De overwinning werd in Rome gevierd met dagenlang feest en een groot monument (de Zuil van Trajanus) en Dacia werd als provincie ingelijfd bij het Romeinse Rijk. Veel over de cultuur en gebruiken van de Daciërs is verloren gegaan en aangezien ze niet schreven, kennen we ook hun taal niet. Wat wél bewaard is gebleven zijn talloze gouden en zilveren objecten. De Daciërs, die op een van de grootste goudaders ter wereld woonden, waren namelijk meesterlijke goud- en zilversmeden.
Voor wie de Helm van Coțofenești precies is gemaakt, weten we niet. In elk geval niet voor praktische bescherming: goud is een zacht materiaal en een pijl zou zich er dwars doorheen boren. Het zou goed kunnen dat de helm, versierd met verschillende mythologische wezens en twee ogen die de eigenaar moesten beschermen tegen gevaar, als offer in de grond was verstopt. Tot hij in 1928 toevallig werd gevonden door een groep spelende kinderen. Een van hen nam het voorwerp mee naar huis, waar het nog een tijdje is gebruikt als waterbak voor de kippen.
De impact van de roof was groot. Voor mijn eigen collega’s, de collega’s van het National History Museum in Boekarest en iedereen die kunst, cultuur en erfgoed een warm hart toedraagt. Dat deze roof wereldnieuws was, bleek ruim een jaar later opnieuw.
De ochtend van donderdag 2 april 2026 stond ik weer met trillende poten naast mijn bed. Ook dit keer was het bericht duidelijk: het museum bleef de hele dag gesloten vanwege ontwikkelingen rondom de gouden Roemeense voorwerpen en om 14.00 zou de persconferentie plaatsvinden. De nationale en internationale pers had zich verzameld in de inmiddels afgeladen volle Statenzaal van het museum in Assen en voor de ogen van de hele wereld werd de inhoud van de vitrine onthuld: twee gouden Dacische armbanden en de Helm van Coțofenești. Zonder camera’s had in dezelfde ruimte zo’n anderhalf uur eerder een minstens net zo impactvolle gebeurtenis plaatsgevonden. Museumpersoneel en het onderzoeksteam hadden zich verzameld, en bij de aanblik van deze voorwerpen die het afgelopen jaar voor zoveel emoties hadden gezorgd, zijn we elkaar huilend in de armen gevlogen.