De Banning Vereniging en De Linker Wang voelen zich vanuit een religieuze en levensbeschouwelijke achtergrond verbonden met respectievelijk de PvdA en GroenLinks. De fusie tussen die partijen in PRO roept de vraag op wat de positie wordt van beide clubs. Wat is de bijdrage die ze willen leveren aan het politiek denken en handelen van PRO en hoe kunnen ze dat het beste voor elkaar krijgen. We spraken de twee voorzitters, Jos Aarnoudse en Tjeerd de Jong
Dirk Achterbergh, redacteur Tijd&Taak en Remko Ebbers, redacteur De Linker Wang
Wat drijft jullie om actief te zijn, zelfs voorzitter te willen zijn van de Banning Vereniging en De Linker Wang?
Tjeerd: ‘Ik vind het heel belangrijk dat politiek wordt bedreven vanuit een overtuiging, vanuit waarden. Nu de politiek zo vluchtig is, zo populistisch aan de ene kant of zo technocratisch aan de andere kant, is het des te belangrijker om daar aandacht voor te vragen. Dat geldt voor de politiek als geheel, maar het zit hem ook bij GroenLinks, de partij waar ik lid van ben. Zijn we de afgelopen tijd niet meer bezig geweest met politieke marketing? Met kijken hoe we de zaak zo goed mogelijk konden verkopen en veel minder met een waardengedreven politiek? We hebben daarover als De Linker Wang telkens na verkiezingen, die de laatste tijd in nederlagen eindigden, aan de partij reflectie teruggegeven. Wij misten inspiratie in de campagne, een vergezicht waarmee je mensen enthousiasmeert. Het was te veel een stroom van beleidsvoorstellen. Er is ingezet op een nieuwe premier, maar de vraag in wat voor wereld we willen leven kwam te weinig aan de orde.’
Jos Aarnoudse: ‘Mij inspireert de doorbraakgedachte waar de PvdA na de oorlog uit is voortgekomen. (Doel was om de traditionele vooroorlogse verzuiling te doorbreken en één progressieve, brede partij te vormen, red.). Je streeft naar sociale gerechtigheid en tegelijk besef je dat je daarvoor moet samenwerken met mensen met een andere achtergrond, religieus of humanistisch. Die pluriformiteit werd door dominee Banning en wordt door onze vereniging niet als probleem of bedreiging gezien, maar juist als kracht. Een platform bieden voor mensen die daarover willen spreken met elkaar, kan een bron zijn van nieuwe inspiratie, zowel voor de mensen zelf als voor de partij. Dat platform, die dialoog, mag nooit verloren gaan. Dat drijft mij in mijn inzet voor de Banning Vereniging. Hoe maak je verbinding met existentiële vraagstukken, je diepere motivatie en het daadwerkelijk participeren in progressieve politiek? Ik zie dat ook jongere mensen daar toenemende belangstelling voor hebben. Vraag is wel of we hen als Banning Vereniging wel voldoende bereiken.

Dat zoeken naar verdieping, naar inspiratie, daarin lijken jullie wel erg veel op elkaar.
Jos Aarnoudse: ‘Dat klopt, maar ik proef toch een verschil in stijl en aanpak. De Banning Vereniging staat voor dialoog, voor het verkennen van elkaars standpunten en drijfveren als een manier om tot politieke verdieping te komen. We hebben niet zo de neiging om direct tegen politici en bestuurders aan te praten en te zeggen wat ze moeten doen of moeten vinden van actuele politieke vraagstukken. Ik meen bij De Linker Wang een meer directe relatie tot politici waar te nemen.’
Tjeerd: ‘Wij zijn iets meer gericht op de actuele politiek. We hebben bijvoorbeeld een debat georganiseerd over de oorlog in Oekraïne. We vonden dat de pacifistische stem, die in onze partij een lange traditie heeft, te weinig gehoord werd door de fractie, te weinig werd meegenomen in retoriek en besluitvorming. Daar wijzen we dan op. We fungeren dan als een soort waarschuwingslampje. We kijken ergens naar en constateren dan: Hallo, dit missen we nog.’
Jos Aarnoudse: ‘En wij organiseerden een leergang over oorlog en vrede, waarbij we met elkaar de verschillende invalshoeken hebben verkend. Geen debat om direct politici te beïnvloeden, maar met elkaar zoeken naar een andere manier van kijken.’
Het lijkt erop dat we hier met een vormingswerker en een activist aan tafel zitten.
Tjeerd: ‘Dat is wel een aardige vergelijking. Maar onze fundamentele doelstelling verschilt niet, wel de manier van aanpak. Ik denk dat beide werkwijzen hun waarde hebben. Soms is een directe interventie nodig en soms is het organiseren van een platform gericht op de langere termijn. Ik zie onze clubs als twee cirkels die elkaar fors overlappen. We kunnen wel geforceerd in één cirkel willen zitten, maar het lijkt me beter om de overlap die we hebben in te zetten richting de nieuwe partij en daarin samen op te trekken. Onze activiteiten goed afstemmen en coördineren. Twee helemaal los van elkaar opererende levensbeschouwelijke clubs die zich op PRO richten zal niet begrepen worden en geen impact hebben. Maar we moeten niet van de weeromstuit en geforceerd de Banning Vereniging en De Linker Wang ook maar laten fuseren, maar ons gezamenlijk inzetten voor de verdieping van de nieuwe partij.’
Jos Aarnoudse: ‘Dat laatste is echt nodig en ik maak me daar wel zorgen over. Ik snap dat links zich moet verenigen. Twee kleine linkse partijen in een overwegend rechts land, dat gaat niet werken. Je zult hoe dan ook veel mensen achter je moeten krijgen om iets voor elkaar te krijgen, daarvoor is fusie nodig. Maar dat is niet voldoende om de hearts and minds van grote groepen te veroveren. Daar heb je toch echt een veelomvattend en inspirerend verhaal voor nodig. Alles is nu gericht op machtsvorming en het vormen van één partij, maar tot electorale doorbraken heeft het tot nu toe niet geleid.’
Tjeerd: ‘We hebben ook de pech dat we van de ene naar de andere verkiezing strompelen en amper de tijd hebben gehad om inhoudelijk aan ons verhaal te werken. Het is wel erg schraal om alleen over de fusie na te denken in termen van machtsvorming. Wat willen we met elkaar, in wat voor wereld willen we leven, waarom doen we dit eigenlijk, die fusie? Het nieuwe concept-beginselprogramma is met stoom en kokend water tot stand gekomen, dat begrijp ik, maar de komende jaren zal dat echt verdiept moeten worden, wil Pro een succes worden. Daarvoor is het nodig dat je voortdurend met elkaar in gesprek blijft over de ideologische grondslag van je beweging. Eerlijk gezegd heeft GroenLinks daarin de laatste jaren niet uitgeblonken, dus ik houd mijn hart vast voor de komende tijd. Van de andere kant ligt daar wel een grote opdracht voor De Linker Wang en Banning Vereniging samen.’
Jos Aarnoudse: ‘Dat wordt nog een hele klus. Dan moeten we ook naar onszelf kijken. Doen wij als Banning Vereniging wel de goede dingen? Ik meet dat dan toch af aan de hoeveelheid mensen die we bereiken. Het is niet zo dat op lezingen en op de leergangen heel veel nieuwe mensen afkomen. Laat ik het zo zeggen: Na de dip door corona, hebben we ons wat dat betreft niet hersteld. Het fusieproces van PRO is ook een moment om bij onszelf stil te staan. Ik blijf de vraag stellen: halen we in relatie met de energie en het geld dat we besteden wel een goed resultaat? Moeten we datgene wat we doen intensiveren of moeten we juist andere dingen gaan doen? Ik zie bijvoorbeeld dat het voor jonge mensen heel moeilijk is om zich te binden aan onze vereniging. Begrijpelijk, want ze zitten in het spitsuur van hun leven. Maar ik zie ook een beweging als de Linkse Kerk ontstaan, progressieve kerkelijke jongeren die zich willen verenigen. Maar met onze Banning Vereniging zijn ze onbekend. Dat geeft toch te denken.’
Tjeerd: ‘Ook bij de De Linker Wang is het steeds moeilijker om vacatures gevuld te krijgen, waar dat voor Corona geen probleem was. Nogmaals, we hebben ons steeds met verkiezingen bezig moeten houden en onvoldoende aandacht besteed aan het verhaal waarmee we nieuwe mensen kunnen verleiden om met ons mee te doen.’

Zijn jullie optimistisch over de toekomst van jullie organisaties? Houden ze toegevoegde waarde?
Jos Aarnoudse: ‘Optimistisch is een groot woord, ik zie kansen. Ik zie politieke motivatie en hang naar zingeving bij de generatie van dertigers en veertigers. Progressieve politiek moet echt verbonden worden met levensovertuiging, wil je een vergezicht bieden dat brede groepen aanspreekt. Mijn generatie heeft wel redenen om teleurgesteld of gefrustreerd te zijn, het kopje te laten hangen, als je onze idealen afzet tegen de bereikte resultaten. Maar om dan maar met de camper door Europa te gaan rijden als gezonde senior, vind ik helemaal niks. Dat weiger ik. Mijn motto is: Je hebt niet het recht om de moed te verliezen.’
Tjeerd: ‘Ook ik zie die noodzaak, en dat gaat niet over de De Linker Wang en de Banning Vereniging als zodanig, maar over het feit dat, als de verdieping van PRO er niet komt, het project niet gaat slagen. Analyseer wat er aan de hand is, wat de samenleving nodig heeft en vertel van daaruit een inspirerend verhaal. Zo kan het progressieve geluid weer terrein winnen. Ik vroeg me af wat me zo raakte bij de uitslag van de laatste verkiezingen. Ja, rechts en extreem rechts winnen, maar wat me daarbij vooral raakt is dat de liefde, barmhartigheid en het besef van lotsverbondenheid uit de samenleving aan het verdwijnen zijn. Daarmee verliest ze haar ziel. Dat is niet het land waarin ik wil leven, ik wil leven in een land waarin de waarden van gerechtigheid, duurzaamheid, en vrede de boventoon voeren.’
Jos Aarnoudse: ‘PRO wordt gepresenteerd als een brede volkspartij. Ik ga ervan uit dat daarmee wordt bedoeld dat PRO divers is, dat leden en stemmers een afspiegeling vormen van de maatschappij als geheel, dat ze verschillen qua leeftijd, regio, seksuele oriëntatie, opleiding, klasse. Maar ook met verschillen in culturele voorkeuren en levensovertuiging. Zo’n brede waaier, weliswaar bijeengehouden door gedeelde waarden en beginselen, geeft gedoe. Als je een brede volkspartij wil zijn, zal je echt de dialoog tussen al die groepen moeten organiseren. Dan zit je toch weer in de traditie van de doorbraak van Banning’s gedachtengoed. Zo’n waaier houd je niet duurzaam bij elkaar door handig politiek laveren en pacteren van de partijleiding, daar is echt een respectvolle dialoog voor nodig. Ook, of juist over gevoelige, schurende onderwerpen. Neem kwesties als Gaza, Israël, migratie, defensie en pacifisme, plattelandsontwikkeling en landbouw, medisch ethische kwesties, allemaal punten waarover linkse mensen onderling van mening kunnen verschillen.’
Tjeerd: ‘Gaan we daar krampachtig over doen, bang voor ruzie en daling in de polls? Gaat marketing weer de boventoon voeren en willen we iedereen te vriend houden? Zwijgen we maar over de onderlinge verschillen en organiseren we er het gesprek niet over, dan raken we alsnog mensen kwijt. Daarom is het zo belangrijk dat je een aantal basale waarden en beginselen met elkaar deelt, dat je die waarden ook onderhoudt en levend weet te houden. Want dat is toch de voorwaarde om op een goede manier met diversiteit en meningsverschillen om te gaan, er samen uit te komen. En zo zijn we weer terug aan het begin van ons gesprek, zonder waardengedreven politiek zal PRO nooit een brede volkspartij kunnen worden.’