Solidariteit als het leidende principe voor GL-PvdA?

Barmhartigheid moet t de grondwaarde zijn de politiek van de nieuwe partij.

‘Solidariteit’ wordt in het concept-beginselprogramma als het leidende principe en daarmee de grondwaarde voor de politiek van de uit GroenLinks en PvdA voort te komen fusiepartij gepresenteerd. Natuurlijk, het is lovenswaardig solidariteit na te streven in het politiek handelen. Maar het dient niet de grondwaarde voor de politiek van de nieuwe fusiepartij te zijn, schrijft voorzitter Tjeerd de Jong.

Ik zou dit kunnen motiveren vanuit de stelling dat solidariteit een archaïsche term is. Ik vind het jaren ’70- en jaren’80-taal. Nostalgie naar een rood verleden (hoorde ik iemand Den Uyl citeren?). Ik associeer het met sociale zekerheid, vakbonden, krakers en grote demonstraties. Is teruggrijpen op een ‘vergangen’ verleden de manier om een nieuwe, progressieve partij met zin in de toekomst op de kaart te zetten?

Over die taalbarrière zou ik me nog heen kunnen zetten. Er is een andere reden dat ik van mening ben dat solidariteit niet de grondwaarde voor de politiek van de nieuwe fusiepartij moet zijn. Die reden is dat solidariteit an sich geen grondwaarde is, maar een gevolg van wat wèl ten grondslag moet liggen aan de politiek van de nieuwe partij: het diepe besef van lotsverbondenheid met mens en natuur. Gevoed door het besef dat ieder mensenkind een aan de wereld geschonken, vrij en uniek individu is. Iemand met evenveel recht op een thuisgevoel, op broederschap, zusterschap, in deze wereld als ikzelf[1]. Gevoed door het besef van de eigen waardigheid van de natuur. Waar de waarden van barmhartigheid naar de medemens en bescherming van de natuur uit voortvloeien.

Solidariteit (met mens en natuur) is het gevolg van deze kernwaarde: het is de houding die iemand praktiseert op grond van de persoonlijke overtuiging en kernwaarden[2]. Het is een bewuste, rationele keuze, vanuit de eigen overtuigingen.

Solidariteit ontleent vaak haar kracht aan de uitspraak ‘solidariteit is welbegrepen eigenbelang’[3]. In deze interpretatie gaat solidariteit uit van een mensbeeld dat ten diepste op zichzelf is gericht; zichzelf als uitgangspunt neemt. Ook in deze definitie van solidariteit lees je dat terug: ‘solidariteit is het bewustzijn dat, alhoewel individuen verschillende taken, interesses en waarden hebben, de orde en samenhang van de maatschappij afhangt van het elkaar kunnen vertrouwen voor het uitvoeren van die specifieke taken. Dit houdt in dat individuen inzien dat het verdedigen of het verder helpen van andermans belangen uiteindelijk in het belang van het individu zelf is.’[4]  

Daarbij wordt solidariteit snel paternalistisch geïnterpreteerd. Het is een term waarin de wederkerigheid mist.

En ik zie een ander voordeel: met lotsverbondenheid als grondslag maken we ook duidelijk dat onze politiek niet enkel gericht is op de materiële kant van ‘goed leven’ – solidariteit heeft in de beleving vooral een materiële dimensie. De verdenking van een te grote focus op de materiële dimensie van ‘goed leven’ laadt GroenLinks-PvdA sowieso al op zich vanwege de kernboodschap in de afgelopen verkiezingscampagne: maatschappelijke onvrede en vreemdelingenhaat komen voort uit bestaansonzekerheid en omdat de overheid de basisvoorzieningen (zoals wonen en zorg) niet op orde heeft.

Dit is in mijn ogen een analyse van de maatschappelijke onvrede die zich beperkt tot een visie met een sociaal-economische bril en waarin de sociaal-culture bril mist. Solidariteit appelleert door de sterke associatie met sociaal-economische vraagstukken in onze ogen onvoldoende aan de immateriële kant van ‘goed leven’, waarin met het besef van lotsverbondenheid en het van daaruit met elkaar begaan zijn essentieel is.

Kortom: niet solidariteit, maar het besef van lotsverbondenheid en daaruit volgende barmhartigheid dient de grondwaarde te zijn voor de politiek van de nieuwe partij. Daarmee komen we tot wat de kerngrondslag van progressieve, linkse politiek is: het begaan zijn met de ander (de medemens, de natuur). Solidariteit is de keuze die het gevolg is van deze grondwaarde. Met deze grondwaarde maken we duidelijk dat we de individualistische of materialistische interpretatie van solidariteit uitsluiten.

Bij het eerder uitten van mijn bezwaren tegen ‘solidariteit’ hoorde ik dat dit juist een term is die past bij activistisch links. En dus heel eigentijds zou zijn. Door lotsverbondenheid te vertalen in bijvoorbeeld een term als ´omzien naar elkaar´ kiezen we in mijn ogen voor een veel meer verbindende term, die ook een veel grotere groep Nederlanders aanspreekt. Nederlanders die zich, net als wij, zorgen maken over het verdwijnen van barmhartigheid uit de samenleving. Die zich zorgen maken over de maatschappelijke verharding, het consumentisme en het egocentrisme dat welig tiert.  Die zich zorgen maken over een samenleving waaruit medemenselijkheid en zorg voor de aarde verdwijnen en door de technologische revolutie de mens steeds minder menswaardig wordt gemaakt.

Vanuit lotsverbondenheid kiezen we voor een wezenlijk andere politiek. Een politiek van mensen met hart hebben voor elkaar, in plaats van hard-zijn voor elkaar.
Het is tijd voor deze andere politiek. Met de progressief linkse fusiepartij als vaandeldrager voor een samenleving waar empathie de grondslag vormt. Het is tijd voor omzien naar elkaar.


[1] Naar Désanne van Brederode, tijdens haar lezing op 23 november 2025 voor de serie Filosofen op de Kansel in de Dominicuskerk Amsterdam. Via Nieuwwij.nl
[2] ‘De mate van solidariteit van een individu is afhankelijk van zijn opvattingen over de betekenis van toeval, lot, gelijkheid, rechtvaardigheid, eigen verantwoordelijkheid en plicht tot hulp’. Jan Vorstenbosch, Wat is solidariteit?. In Idee nr. 2 2013: Samenredzaamheid: nieuwe vormen van solidariteit. https://d66.nl/vanmierlostichting/archive/wat-is-solidariteit/
[3] Toegeschreven aan o.a. Abram de Swaan, Alexis de Tocqueville, Abraham Kuyper en recent bij Pieter Omtzigt
[4] https://nl.wikipedia.org/wiki/Solidariteit.

Share the Post:

Join Our Newsletter

Scroll naar boven