Van activisme naar beleid

In dit interview vertelt Leon Boelens over zijn politieke betrokkenheid, zijn visie op ongelijkheid en zijn ervaringen als ambtenaar. Ook vertelt hij hoe hij in de politiek terecht kwam, welke denkers hem beïnvloeden en hoe hij kijkt naar actuele vraagstukken zoals woningnood, leefbaarheid en het asielbeleid.

Leon Boelens raakte al vroeg geïnteresseerd in politiek. “Ik ben opgegroeid in Amersfoort. Hier kwam ik in contact met wat destijds voelde als onrecht. Er waren niet genoeg fietsplekken bij het station en elke fiets buiten de stalling werd weggesleept. Er waren wel fietsenstallingen 500 meter verderop, maar niemand die naar de trein moet, zet zijn fiets zo ver weg. Wij hebben met Rood, toen nog de jongeren van de SP, een actie opgezet, Fietsiefoetsie. Daarmee vroegen we aandacht voor het weghalen van fietsen door de gemeente. Na het aanbieden van de petitie en deze actie, werden er daarna geen fietsen meer weggehaald. Daarna heeft de SP wel wat voor mij afgedaan vanwege hun ideeën over Europese samenwerking. Een tijd was ik ‘politiek vluchteling’ tot de Syrië Crisis in 2014. Toen kwam ik terecht bij GroenLinks vanwege het humane standpunt rond vluchtelingen.”

Boelens is afgestudeerd als politiek geograaf. Deze opleiding heeft hem veel gebracht qua kennis. “Ik leerde er het belang van locatie voor rechtvaardigheid en kansen. Tegenwoordig is het een best gevleugelde uitspraak om te zeggen dat het niet moet uitmaken waar je wieg staat. Dat is op het wereldtoneel nog veel erger. Wat het me geleerd heeft is dat je er niks aan kan doen waar je geboren wordt. Ook gebeurt er veel waar wij, buitenstaanders, moeite mee hebben om ons in te leven, en om niet te vervallen tot het xenofobe. De studie heeft me geleerd te kijken vanuit andere perspectieven.”

Invloeden

“Edward Said heeft mij laten inzien hoe we de wereld vanuit een westers perspectief zien. Klein voorbeeld: we hebben het nog steeds over het Midden-Oosten omdat dit nou eenmaal vanuit Engeland zo werd gezien. Een betere naam zou West-Azië zijn. Ik heb wel veel respect voor leiders die tegen de stroom ingaan die politieke risico’s namen. Om hun land of volk verder te brengen. Dan noem ik bijvoorbeeld een Kwame Nkrumah van Ghana. Een van de eerste Pan-Afrikanisten. Hij zag in dat Afrikaanse landen niet alleen fysiek gekoloniseerd zijn, maar ook cultureel. De invloed van bijvoorbeeld de evangelisten heeft veel kunst en muziek weggeduwd uit het continent. Een ander voorbeeld is Alexei Navalny, die twee jaar geleden is vermoord. Ondanks de risico’s was hij teruggegaan naar Rusland. Misschien een onverwacht antwoord, maar ik heb ook respect voor Angela Merkel. Zij nam een gigantisch risico door “wir schaffen das” te zeggen tijdens de Syrische vluchtelingencrisis. Ik mis die politieke lef en daadkracht in onze politiek. We hebben maar weinig leiderschap in moeilijke tijden. Het is erg op de volgende verkiezingen gericht. Een boodschap die niet verder komt dan wat er nu gezegd moet worden om kiezers te winnen. Ik mis die visie soms ook bij onze eigen partij. Wat kunnen we zeggen dat we over 10 jaar gaan doen?

Sociale ongelijkheid

Boelens is ambtenaar in Arnhem en vertelt over de problemen die daar spelen. “Ongelijkheid speelt heel erg mee. In Arnhem heb je zowel de wijk met de hoogste leefbaarheid, als een van de armste postcodes van Nederland. Dat maakt het wel een uitdaging, omdat je heel ongelijk moet investeren in de stad om meer gelijkheid te creëren. Dat willen we ook in Utrecht. Hierbij moet je denken aan buurthuizen, maar ook aan sociale huurwoningen. Steeds meer groepen kunnen aanspraak maken op een sociale huurwoning, maar het aantal sociale huurwoningen is niet evenredig mee gestegen. Je moet zorgen dat een sociale huurwoning niet de laatste redding wordt voor mensen met het grootste rugzakje in de maatschappij. Er is nu zo weinig sociale huur beschikbaar dat de woningen vaak terechtkomen bij mensen die niet het organisatievermogen of de ruimte in hun hoofd hebben om naast hun dagelijkse uitdagingen ook nog bij te dragen aan de wijk. Dit zijn mensen die vaak zelf hulp nodig hebben. Terwijl als je het breder inzet, de huurgrens verhoogt en meer sociale woningen toevoegt, je ook meer stabiliteit aanbrengt in deze buurten. Ongelijk investeren betekent dan ook om in de ‘sterke’ wijken meer sociale huur te plaatsen en in de minder sterke wijken juist meer betaalbare (koop)woningen toe te voegen.”

“Het ontbreekt aan grotere projecten”

Op de vraag waarom GroenLinks/PvdA het ondanks de sociale ongelijkheid en falen van rechtse na rechtse regering het niet beter doet, zegt Boelens: “Ik denk dat het grote idee ontbreekt. Je ziet het op meer plekken in de wereld. Waarom profiteren de democraten niet van Trump? Het is ook de toenemende individualisering. Veel mensen hebben ook gewoon een koophuis. Gemiddeld gezien hebben mensen veel spaargeld en vermogen. Je ziet links en rechts wel prikjes uitdelen om wat tegen die individualisering te doen maar dat zijn vaak private initiatieven, het ontbreekt aan de grotere projecten. In Utrecht speelt dit gemeenschappelijke idee toch wat meer, ook doordat dan wel PvdA/GL al 80 procent aan de macht was.”

Grootste probleem

In een recente Reddit post waren vooral de verloedering van verschillende wijken en het gebrek aan goedkope woningen genoemd als grootste problemen in Utrecht. Volgens Boelens is het volgende nodig om deze problemen op te lossen: “Er is een verschil tussen ongemak en je onveilig voelen. Een zekere hoeveelheid ongemak hoort bij een stad. Een stad zal nooit klinisch en brandschoon zijn. Dakloosheid is een ander verhaal: dat kun en moet je zeker oplossen. Een voorbeeld is housing first, waarbij je daklozen zo snel mogelijk aan een woning helpt en pas daarna kijkt naar alle andere bijkomende problemen. Je ziet in de praktijk dat dit werkt.”

Het Bollendak bij Utrecht Centraal is een plek waar veel klachten over zijn. Wat Boelens tegen de overlast van het bollendak zou doen, vindt hij lastig te zeggen: “Er zitten zoveel lagen in. Het lijken op dit moment vooral Syrische jongeren te zijn die geen uitzicht hebben op een verblijfsvergunning, die ergens in de asielketen zitten. Die kunnen elkaar makkelijk vinden via Signal en WhatsApp en hebben vaak een kort lijntje naar een crimineel netwerk. Je moet dan kijken hoe je in de asielketen kan repareren en zorgen dat er de juiste voorzieningen komen. Als je mensen geen uitzicht op een leven geeft, worden ze paniekerig en kunnen ze gekke dingen doen. Werk met communitywerkers, er zijn genoeg Syrische Nederlanders die graag willen helpen. Er zijn mensen van 15 die al 10 jaar in Nederland wonen en niets hebben. Veel opvangplekken zijn wegbezuinigd, hetzelfde geldt voor de ondersteuners. Bijvoorbeeld de bezuinigingen op Vluchtelingenwerk Nederland. Dat zijn de mensen die doorhebben dat het niet goed gaat met vluchtelingen. Dat ze misschien zelfs doordraaien op hun kleine kamer. Wat niet gek is als je dag-in, dag-uit, alleen maar mag tafeltennissen, niet de taal mag leren en ook niet mag werken. De mensen die daar het dichtst bij zaten, zijn wegbezuinigd.
In Arnhem zie je dat als je beleid maakt waarbij mensen zo snel mogelijk aan het werk gaan, ze ook de taal leren en andere mensen leren kennen. Nieuwkomers kunnen zo wat geld verdienen en tegelijkertijd goed inburgeren. Vergis je niet, die 15-jarigen willen ook gewoon dingen kopen. Geef ze de kans om te werken en hun eigen geld te verdienen. Nederland heeft de opvangcrisis zelf veroorzaakt en hier zien we de gevolgen van. Dan vind ik het oneerlijk om alleen te wijzen naar de Syrische overlastgevers. We moeten zelf aan de slag om die asielketen te fixen.”

Tekst: Etienne Henrij

Scroll naar boven