De vredesbeweging is watching you

Wat is nog over van de vredesbeweging uit de jaren 60, 70 en 80? Defensiebudgetten gaat in Nederland – en in het buitenland – omhoog met een verbazend gemak. Ook traditioneel defensie-kritisch GroenLinks-PvdA en de Partij voor de Dieren staan vol achter de ophoging van het defensiebudget van 2 procent naar 5 procent van het bruto binnenlands product. “Alsof de Rus al aan de grens staat”, zeggen Wendela de Vries en Mari Beks vol verbazing. Beide zijn actief in de Nieuwe Vredesbeweging. Remko Ebbers sprak met ze.

Iemand met een hamer ziet in alles een spijker. Dat geldt ook voor de bewapeningsdiscussie van dit moment, vindt Wendela de Vries. Zij is al decennialang actief bij Stop Wapenhandel, dat is aangesloten bij de Nieuwe Vredesbeweging. “Zeker na de Russische inval in Oekraïne zijn het bijna uitsluitend militairen die aan de talkshowtafels uitleggen hoe de wereld in elkaar zit. Natuurlijk pleiten zij voor meer wapens, tanks en geld naar defensie. Dat is wel een heel eenzijdige kijk en de media en politiek nemen deze visie over. Er heerst een sfeer van: ‘We gaan Poetin een lesje leren.’ Mensen zijn sinds de jaren tachtig hun angst voor oorlog kwijtgeraakt.”

Eigenlijk is de Nieuwe Vredesbeweging geen echte organisatie. Het is een platform voor kerkelijke organisaties, antimilitaristen, pacifisten en vredesactivisten om met gelijkgezinden te sparren. Die ontstond twee jaar geleden na een conferentie van vredesgroeperingen die van gedachten wilden wisselen over de inval van Rusland in Oekraïne. “Degenen die betrokken zijn, hebben veel kennis om te delen”, zegt Wendela de Vries. “Bijvoorbeeld over hoe een vijandbeeld wordt gecreëerd, maar er zijn ook onderzoekers die de oorzaken onderzoeken van conflicten.”

Apropos, de oorzaken. Mensen die beginnen over de oorzaken maken de indruk het bijvoorbeeld logisch te vinden dat Poetin Oekraïne binnenviel. Uitgebreid verhaalt bijvoorbeeld Henk Baars, voorzitter van Kerk en Vrede, ook aangesloten bij de Nieuwe Vredesbeweging, in een web-interview bij Nieuwe Wereld hoe en wanneer beloftes zouden zijn gebroken, hoe Rusland geschoffeerd is en dat het land zich daarom bedreigd of gepiepeld voelt.

Wendela de Vries aarzelt en kiest haar woorden zorgvuldig bij dit onderwerp. “Het is ook ingewikkeld”, zegt zij. “Het is nooit zo dat een leider vanuit het niets een oorlog begint. Daar gaat een opeenvolging van fouten aan vooraf. Ook Poetin heeft een lange verbale aanloop genomen waar niet op is gereageerd. Er zullen altijd leiders zijn die er baat bij hebben om haatgevoelens aan te wakkeren. Belangrijk is om uit te vinden welke belangen deze personen hebben en daar een oplossing voor te vinden. Ons belang is een veilige wereld.” Je moet in ieder geval niet denken dat vrede vanzelfsprekend is. Vrede heeft permanent onderhoud nodig.

Dreigementen helpen niet

Praten om een conflict te vermijden is nog voorstelbaar. Maar wat doe je met leiders die geen zin hebben om te praten? Die koste wat het kost om voor hun principiële redenen een oorlog aangaan? Altijd met de gedachte die oorlog (makkelijk) te kunnen winnen, niet gevoelig voor argumenten.

“Als een conflict eenmaal is begonnen, krijg je die niet snel tot een einde”, erkent De Vries. “Maar het laatste wat je moet doen is alle contact verbreken.” Ze voegt eraan toe: “Het helpt ook niet om met dreigementen te strooien.”

Zorgen over oorlog

Dienstweigeraar en voormalig commissielid in Provinciale Staten van Utrecht Mari Beks – hij is inmiddels 72  – trekt de wat wrange conclusie dat de burger zich onder andere door de afschaffing van de dienstplicht en het einde van de Koude Oorlog nogal vrijblijvend overgeeft aan oorlogsretoriek. “Ik zie nog geen bewijzen dat Poetin de NAVO wil aanvallen”, aldus Beks.

“Oorlog is geen realistisch gegeven meer bij de Nederlanders”, vermoedt ook Beks. “Het risico van bewapening en gewapende escalatie ook niet. Toen de dienstplicht bestond was in bijna elk gezin de vraag relevant: hoe kijken we aan tegen het instituut leger? Die overweging is weg en het leger presenteert zich met snelle reclamespotjes die niet gaan over het slagveld, maar over jonge heldhaftige mensen in schone uniformen.”

 

“Ik zie het echt somber in.”

GroenLinks-lid Beks is teleurgesteld in zijn partij. “Bij de Partij voor de Dieren was er in ieder geval nog discussie voordat het hogere defensiebudget werd goedgekeurd. Bij GroenLinks-PvdA heb ik daar weinig van gemerkt. Blijkbaar leeft het te weinig bij de leden.” En het is niet eens zo dat hij tegen elk geweld is. Beks omschrijft zich als antimilitarist, hij is geen pacifist. “Ik kan mij heel goed voorstellen dat Oekraïners zich verdedigen. En ook de Scandinavische landen en de Baltische staten zitten in een andere situatie dan wij in Nederland. Is het echt nodig dat wíj ons defensiebudget meer dan verdubbelen alleen omdat Trump dat wil?”

Het gaat Mari Beks om meer dan alleen de euro’s en de wapenvoorraden. “Het is de hele context. Binnen vijf jaar kunnen we de situatie hebben dat radicaal-rechts in verschillende landen regeert of meeregeert. Dat soort partijen, die vaak erg nationalistisch zijn en agressief, kunnen dan bij grote voorraden wapens komen. Dat geeft mij geen gerust gevoel.”

Beks maakt zich ook zorgen over de aanpak van Europa en de NAVO om Rusland op de knieën te dwingen. “Ik ben bang voor escalatie. Rusland is een land met kernwapens. We leven in een grillige wereld. Ik zie Trump niet gauw verdwijnen uit de Amerikaanse politiek. Zijn opvolgers staan al klaar. Als in die onzekere wereld een conflict ontstaat ben ik bang voor de consequenties. Ik zie het echt somber in.”

Stommiteit in de Balkan

In zijn boek Duitsland in het Kort citeert schrijver James Hawes de Duitse kanselier Otto von Bismarck. Bij het ondertekenen van een door hem zeer gewenst verdrag met Oostenrijk-Hongarije in oktober 1879 realiseerde Bismarck zich dat “door een of andere stommiteit op de Balkan” (Bismarcks woorden) heel Duitsland in een oorlog gestort kon worden. Het zou zo’n vaart natuurlijk niet lopen, dacht Bismarck, maar hij kreeg ongelijk. Het tegen elkaar opbieden van decennia wapenontwikkeling, gevoelens van militaire overmacht, blinde trouw aan allianties duwde Europa bijna als vanzelf in de Eerste Wereldoorlog door “een stommiteit in de Balkan”. Wat vijfendertig jaar eerder een gecalculeerd risico leek, liep in 1914 volledig en bijna automatisch uit de hand.

De Vries en Beks maken zich zorgen over de huidige, op het oog ongebreidelde, aanschaf van wapens die nu in gang is gezet. Hoeveel tot het genoeg is, vragen ze zich af. En waar ligt het kantelpunt waarna het arsenaal als van natuurlijk wordt ingezet? “We leven in Europa niet al tachtig jaar in vrede doordat we wapens inzetten”, benadrukt Wendela de Vries. “Die vrede is er doordat we met elkaar praten. Het is alleen heel moeilijk om dat in frisse TikTok filmpjes te vertellen. Je kunt wel stoer raketten laten zien die je gaat leveren, het is veel moeilijker om een oorlog die is voorkomen te tonen.”

De vredesbeweging werkt nu al decennia in de luwte van de openbare discussie, maar dat betekent niet dat zij helemaal van de politieke radar is verdwenen. Volgens Wendela de Vries levert Stop Wapenhandel nog steeds voeding aan verwante politieke partijen voor debatten over militaire handel en productie. Bevindingen van Stop Wapenhandel rond de levering van onderdelen voor F35-straalvliegtuigen aan Israël worden bijvoorbeeld gebruikt bij de protesten tegen die leveringen. “Het is goed dat politici weten dat er iemand op ze let. Alleen al dat besef, zorgt ervoor dat ze niet zomaar hun gang gaan.” De Vredesbeweging is watching you.

Dit artikel is ook te lezen in het laatste magazine.

Scroll naar boven